Wecken is een manier om voedsel langer te bewaren door het in glazen potten te verhitten en luchtdicht af te sluiten. Maar waar komt deze bewaarmethode vandaan en wat heb je ervoor nodig? Van de ontdekking van een Franse kok tot de bekende potten met een rubberen ring: achter wecken schuilt een heel verhaal.
Rond 1800 schreef Napoleon Bonaparte een wedstrijd uit voor een manier om voedsel langer houdbaar te maken voor zijn leger.
De prijs werd gewonnen door Nicolas Appert, een Franse banketbakker en kok.
Appert ontdekte dat hij voedsel langer kon bewaren wanneer hij het:
- In glazen flessen of potten deed;
- luchtdicht afsloot;
- langdurig verhitte in heet water.
Zonder dat hij het wist, legde hij hiermee de basis voor wat wij nu wecken noemen en voor de conservenindustrie. Het woord wecken komt echter niet van Appert.
Van Franse ontdekking naar Duitse naam
In Duitsland begon de familie Weck rond 1900 met de productie van speciale glazen potten die voorzien waren van:
- een glazen deksel
- een rubberen ring
- metalen klemmen
Die potten waren betaalbaar en herbruikbaar en in Nederland ontstond het werkwoord wecken: voedselconserven door het in glazen potten van het merk Weck te bewaren en in heet water te verhitten.
Wecken bestond al voordat het woord pasteurisatie werd geïntroduceerd.
Waarom wecken zo populair werd
Tot ver in de 20e eeuw was wecken geen hobby maar noodzaak.
Immers:
- geen koelkast of vriezer;
- grote moestuinen;
- slacht- en oogstseizoenen.
Mensen weckten vooral groenten (bieten, bonen, wortels), fruit en vlees.
Vooral tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog was wecken essentieel om de winter door te komen.
De comeback: van armoedetechniek naar lifestyle
Na de jaren ’60 verdween wecken langzaam door de opkomst van diepvriezers en supermarkten. Sinds een jaar of tien is het weer net zo populair als het ooit was, maar om andere redenen:
- duurzaamheid: minder voedselverspilling
- de wens om grotendeels zelfvoorzienend te zijn en altijd (nood)voorraad bij de hand te hebben
- nostalgie en ambacht
- controle over de ingrediënten: bijvoorbeeld alleen biologisch en geen E-nummers
Wat heb je nodig?
Dat is verrassend weinig. Tegenwoordig zijn uiterst handige, volautomatische weckketels te koop met een ingebouwde thermostaat en timer. Onze grootouders hadden die niet.
Zij gebruikten een grote (soep)pan met een opgevouwen doek op de bodem tegen het rammelen. De gevulde glazen potten werden op die doek geplaatst, de ketel werd gevuld met water tot de potten ten minste driekwart onder stonden en het water werd verhit. Vanaf het moment dat het water kookte, ging de wecktijd in.
Afhankelijk van het product dat geweckt wordt, varieert de wecktijd van dertig minuten tot honderdtwintig of soms honderdtachtig minuten. Als de wecktijd om was, werden de potten voorzichtig uit het kokende water gehaald om af te koelen.
Nog steeds gebruiken veel mensen de typische weckpotten met een los deksel, een (oranje) rubberen ring en klemmetjes om het deksel vast te zetten. Als de potten volledig zijn afgekoeld, worden de klemmen verwijderd en moet het deksel vacuüm aan de pot zijn gezogen. Zo niet, dan is de pot niet vacuüm en ligt bederf op de loer.
Steeds meer mensen gebruiken overigens potten met een draaideksel. Dat kunnen hergebruikte conservenpotten zijn of nieuw gekochte potten en deksels.
De bekende potten met beugelsluiting die in de volksmond weckpot heten, zijn vrijwel allemaal onbruikbaar om in te wecken.
Wie de smaak te pakken heeft, kan de investering in een volautomatische weckketel met timer en thermostaat overwegen. Voor een bedrag tussen € 100,00 en € 175,00 zijn deze te koop bij bijvoorbeeld Amazon.
Wecken is meer dan eten bewaren. Het is geschiedenis in een pot, een stille vorm van verzet tegen verspilling en een ambacht dat generaties overbrugt en met elkaar verbindt.

